Examen tips Ju Jutsu

Examen tips Ju Jutsu

Ju Jutsu Examens

Het huidige Ju-Jutsu bevat 12 thema’s die door de JBN zijn opgesteld.

Binnen onze club behandelen we alle thema’s.

Om goed voor bereid te zijn op je examen is goed en vaak trainen een goede voorbereiding en als je ook een vaste examen partner (vriend(in) hebt maakt dat je examen makkelijker.
Wij hanteren vaak series zodat het makkelijker is om je goed voor te bereiden.

Om iedereen nog meer van dienst te kunnen zijn, hebben we onze examen eisen nu online beschikbaar gemaakt. Hieronder staan de banden in het klein. Door erop te klikken, worden de examen richtlijnen in het groot geopend.

 

De basiselementen

Binnen het Ju-Jutsu worden verschillende bewegingsvormen onderscheiden. Deze bewegingsvormen vormen de bouwstenen van het Ju-Jutsu. Deze bewegingsvormen vormen tevens de uitgangspunten bij het Ju-Jutsu leerproces. Bij het Ju-Jutsu wordt gesproken van basiselementen (basisvaardigheden en basistechnieken). Deze basiselementen vormen, al of niet in combinaties uitgevoerd, de specifieke bewegingsvormen van het Ju-Jutsu.

Deze specifieke bewegingsvormen van het Ju-Jutsu zijn over het algemeen niet uniek maar komen ook voor bij andere (Japans georiënteerde) vechtsporten.

De basiselementen worden als volgt ingedeeld:

  • houding en verplaatsingen, staande en op de grond;
  • valtechnieken;
  • grondtechnieken;
  • weren;
  • bevrijden;

Atemi-Waza, een verzamelbegrip voor stoten slaan en schoppen naar vitale punten;

  • verwurgingen en drukpunten;
  • klemmen;
  • worpen.

Omdat Ju-Jutsu van herkomst een Japanse vechtkunst is, hebben alle bewegingsvormen zowel een Nederlandse aanduiding als een Japanse aanduiding. Het gebruik van de Japanse aanduiding geeft de mogelijkheid om te communiceren en bewegingsvormen af te stemmen met Ju-Jutsuka’s van andere nationaliteiten.

Houdingen en verplaatsingen, staande en op de grond

Het doel van houding en verplaatsing is het anticiperen op een aanval en de uitvoering mogelijk maken van de andere Ju-Jutsu bewegingsvormen. Houding en verplaatsen worden daarom meestal geoefend en toegepast in combinatie met andere Ju-Jutsu bewegingsvormen, maar kunnen ook als afzonderlijke bewegingsvormen worden geoefend.

Bij houding betreft het in de regel een vorm van een alerte houding waarbij verschillende tactische doelen worden nagestreefd.
Bij houdingen zijn er een tweetal aspecten welke bepalen hoe de houding er uit ziet:

  • een fysiek aspect, het stabiel opgesteld zijn in de richting van de verwachte aanval en het snel kunnen reageren op die aanval met een stabiele verplaatsing;
  • een mentaal aspect, een bepaalde uitdrukking geven doormiddel van een non-verbale communicatie.

Een houding kan intrinsiek zijn, met andere woorden de omgeving neemt niet direct waar dat er sprake is van een alerte houding. Een houding kan de-escalerend zijn (afweerhouding) of juist aanvallend, agressief (gevechtshouding), al naar gelang een situatie dit vereist.

Over het algemeen is de alerte houding het startpunt van een verdedigende actie. Dit zal vaak een verplaatsing zijn. Het Ju-Jutsu kent veel verschillende verplaatsingsvormen. Eén ding hebben de verplaatsingsvormen gemeenschappelijk: efficiëntie en balans moet voorop staan.

Valtechnieken

Valtechnieken hebben als doel het voorkomen van letsels bij het vallen uit een worp of verlies van evenwicht. Daarnaast zorgt een goede valtechniek ook voor de Ju-Jutsuka in de rol van Uke voor een plezierige sportbeleving. Het principe van de verschillende valtechnieken is de krachtimpuls die op het lichaam ontstaat zoveel mogelijk te verdelen over een groot maar relatief ongevoelig oppervlakte. We onderscheiden daarbij twee verschillende principes.

  • rollende valtechnieken;
  • amortiserende valtechnieken (valbreken).

Rollende valtechnieken: rollen

Bij rollende valtechnieken wordt de door de aanvaller overgedragen impuls in een draai-impuls omgezet. Hierdoor ontstaan een rollende beweging in een horizontale richting, die eindigt in een weer tot staan komen. Het rollen wordt door armen en benen gestuurd. Bij het rollen wordt voorkomen dat gevoelige lichaamsdelen (ellebogen, schouder, knieën) een te grote puntbelasting ondergaan.

10 Amortiserende valtechnieken: valbreken

De val vindt plaats in een rechte, over het algemeen verticale richting, met de zwaartekracht mee. Omzetten in een rollende beweging is niet mogelijk, doordat bij een worp de werper (Tori) degene die geworpen (Uke) wordt vast blijft houden. De kracht die optreedt bij het plotseling afremmen van de beweging tegen de grond, wordt verdeeld over een zo groot mogelijk en relatief ongevoelig oppervlak. Het vallen worden ondersteund met afslaan vlak voor het moment dat het lichaam de grond raakt. Dit is van toepassing op een zachte ondergrond (mat). Bij het afslaan wordt een deel van de kinetische energie die bij het vallen wordt opgebouwd, afgeleid.

Grondtechnieken (Ne-Waza)

Het doel van grondtechnieken is het afweren van aanvallen op en vanaf de grond en het krijgen van de controle over de aanvaller. Onder grondtechnieken vallen bewegingsvormen als keer- en kanteltechnieken, passeertechnieken, houdgrepen (Osaekomi-Waza) en het bevrijden uit houdgrepen. Naast deze bewegingsvormen worden ook klemmen (Kansetsu-Waza) en verwurgingen (Jime-Waza) toegepast op de grond.

Het gevecht op de grond kan echter ook een doel op zich zijn. Dit kan zowel in informele stoeivormen als in formele wedstrijdvormen met spelregels. Het doel hierbij is de tegenstander onder controle te brengen en tot overgave te dwingen met een klem of verwurging.

Houdgrepen (controle grepen)

De houdgrepen vormen de basis van het gevecht op de grond. Het zijn technieken waarmee door gebruik van het eigen gewicht en het controleren van armen en eventueel benen, de tegenstander geïmmobiliseerd wordt. In competitievormen kunnen houdgrepen een doel op zich. In zelfverdediging vormen houdgrepen een controlefase in een gevecht waardoor verdere bewegingsvormen (klemmen, verwurgingen) kunnen worden toegepast.

Houdgrepen in het Ju-Jutsu worden toegepast met inachtneming van mogelijke tegenacties van Uke zoals het toepassen van drukpunten en Atemi-Waza.

De vijf basisposities

In het gevecht op de grond staan vijf basisposities centraal. Deze posities staan voor posities waarin Tori en Uke zich ten opzichte van elkaar bevinden:

  • Tate-Shiho (Mounted-Position);
  • Yoko-Shiho (Cross-Mount-Position);
  • Shimo-Shiho (Guard-Position);
  • Kami-Shiho (North-South-Position); en
  • Ura-Tate-Shiho (Back-Mount-Position).

Deze posities dienen als uitgangsposities om houdgrepen, klemmen en wurgingen op de grond te kunnen toepassen. Tevens zijn dit de uitgangsposities voor het Ne-Waza-Jitsu-No-Kata.

Neerhaal technieken

Onder grondtechnieken vallen ook het neerhalen van een staande tegenstander vanaf de grond. Met deze neerhaaltechnieken wordt de tegenstander met een scharende beweging naar de grond gebracht (Basami-HikomiWaza). Het toepassen van een neerhaaltechniek wordt in de regel direct gevolg door een vervolgtechniek op de grond zoals een houdgreep met klem of verwurging in een van de basisposities.

Weren

Met behulp van weringen kunnen slagen, stoten en schoppen afgeleid, omgeleid, doorgeleid en eenvoudigweg worden afgestopt, door gebruik te maken van armen en benen. Weringen kunnen passief of actief worden uitgevoerd. Bij passieve weringen wordt het lichaam door blokkering van de aanval met een arm of been beschermd. Bij actieve weringen beweegt de arm of het been met kracht in de richting van de aanval. Bij weringen wordt onderscheidt gemaakt tussen weringen met de armen (Ude-Uke-Waza) en weringen met de benen (AshiUke-Waza).

Bevrijden

Het doel van bevrijden is het afweren van contactaanvallen (pakkingen, omvattingen) door zich los te maken van de aanvaller. Bij bevrijdingen wordt gebruik gemaakt van hefbomen, rotatiebewegingen, stoot- of slagbewegingen en drukpunten. Bij sterkere tegenstanders wordt een bevrijding ingeleid met één of meerdere Atemi-Waza, waardoor bij de aanvaller een reactie ontstaat, waarop de bevrijding gemakkelijk is uit te voeren. Tijdens en na het bevrijdingen moet de eigen veiligheid worden geborgd.

Atemi-Waza

Atemi-Waza is een verzamelbegrip. Hieronder wordt verstaan: het treffen met slag- of stootbewegingen, uitgevoerd met het daarvoor geschikte eigen lichaamsdeel (natuurlijk wapen), van een kwetsbaar lichaamsdeel van de tegenstander. De Nederlandse taal kent eigenlijk hier geen goed verzamelwoord voor, daarom gebruiken we

11 hiervoor het Japanse woord Atemi-Waza. Het doel van Atemi-Waza is de tegenstander door de impact te shockkeren, te verzwakken of uit te schakelen. Bij Atemi-Waza wordt een zo groot mogelijke impuls overgedragen op een zo klein mogelijk trefvlak bij de tegenstander door een effectieve inzet van het gehele eigen lichaam.

We onderscheiden bij Atemi-Waza op grond van het motorische bewegingsprincipe:

  • stootbewegingen;
  • slagbewegingen.

Als natuurlijke wapens worden gebruikt:

  • handen(handpalmen, vuisten, zijkanten hand);
  • hoofd (voor- en achterzijde);
  • ellebogen;
  • voeten (wreef, hiel, bal van de voet, zijkant voet;
  • knieën.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *